neerkijken op
werkw.
| Uitspraak: | ['nerkɛikə(n) ɔp] |
| Vervoegingen: | keek neer op (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft neergekeken op (volt.deelw.) |
(iemand) onbelangrijker vinden dan jezelf | Voorbeeld: | `In de grote steden wordt een beetje neergekeken op kleine gemeenten in de provincie.` | |
| Synoniem: | minachten |
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van neerkijken op?
De verleden tijd van neerkijken op is 'keek neer op'. Het voltooid deelwoord is 'heeft neergekeken op'.
Wat betekent neerkijken op?
'(iemand) onbelangrijker vinden dan jezelf'
Hoe spel je neerkijken op?
neerkijken op spel je N E E R K I J K E N Spatie O P Op andere websites
Zoek neerkijken op in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek neerkijken op op
Google
Zoek neerkijken op op
Woordenlijst.org
Zoek neerkijken op in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek neerkijken op op
Wikipedia